• Nederdraad [Dutch Chat]
    3,010 replies, posted
:ohdear:
[QUOTE=Baldr;23181557]:ohdear:[/QUOTE] leuke avatar
Vond ik ook al :) , jij hebt ook een leuke trouwens :D.
Ik heb nu ook een nieuwe :downs: [editline]08:13PM[/editline] Orange kikker met (slecht zichtbare) Nederlandse vlaggen.
Hoe bent u, mijn Nederlandse buren? Alle Duitsland is achter je. Je wint de finale!
Die octopus moet hartstikke dood.
Kale, waarom moettie dood?
[QUOTE=Baldr;23181976]Vond ik ook al :) , jij hebt ook een leuke trouwens :D.[/QUOTE] Dank je v:v:v
Dus nu komen de Duitsers in de Nederlandse Praat om te vertellen dat wij de finale winnen? :psyduck:
Ja.
Ok.
Sok.
Fok?
[QUOTE=eXistys;23201576]Fok?[/QUOTE] mok
sutte min røv, hore
[QUOTE=supreme7;23201946]sutte min røv, hore[/QUOTE] Opgekankerd uit onze Nederdraad schijtnoor.
[QUOTE=kmlkmljkl;23201679]mok[/QUOTE] kok
He niet zo agressief. :colbert:
[QUOTE=Bowser_nl;23202042]Opgekankerd uit onze Nederdraad schijtnoor.[/QUOTE] no, you
[QUOTE=supreme7;23202963]no, you[/QUOTE] :frog: you know it, and I shouldn't even talk english in a dutch thread
[QUOTE=supreme7;23202963]no, you[/QUOTE] [url]http://www.youtube.com/watch?v=i8U8giHTpIk#t=1m02s[/url]
whats taht video
[media]http://www.youtube.com/watch?v=TDssqrDkKRk[/media]
Nu van het einde een .gif maken met het kikkergezicht op die middelste.
Wilhelmus van Nassouwe Ben ick, van Duytschen Bloet; Den Vaderlant ghetrouwe Blijf ick tot inden doot; Een prince van Oraengiën Ben ick, vrij onverveert; Den coninck van Hispaengien Heb ick altijt gheëert. In Godes vrees te leven Heb ick altijt betracht; Daerom ben ick verdreven, Om landt, om luyd ghebracht; Maer Godt sal my regeren Als een goet instrument, Dat ick sal wederkeeren In mijnen regiment. Lijdt u, mijn ondersaten, Die oprecht zijn van aert; Godt sal u niet verlaten, Al zijt ghy nu beswaert; Die vroom begheert te leven, Bidt Godt nacht ende dach, Dat hy my cracht wil gheven, Dat ick u helpen mach. Lijf en goet al te samen Heb ick u niet verschoont; Mijn broeders hooch van namen Hebbent u oock vertoont; Graef Adolff is ghebleven In Vrieslandt in den slach; Zijn siel int eewich leven Verwacht den jongsten dach. Edel en hooch gheboren, Van keyserlicken stam, Een vorst des Rijcks vercoren, Als een vroom christen man, Voor Godes Woort ghepreesen Heb ick vrij onversaecht, Als een helt sonder vreesen Mijn edel bloet ghewaecht. Mijn Schildt ende betrouwen Sijt Ghy, o Godt mijn Heer; Op U soo wil ick bouwen, Verlaet my nemmermeer. Dat ick doch vroom mach blijven, U dienaer taller stondt, Die tyranny verdrijven, Die my mijn hert doorwondt. Van al die my beswaren End mijn vervolghers zijn, Mijn Godt, wilt doch bewaren Den trouwen dienaer dijn; Dat sy my niet verrasschen In haren boosen moet, Haer handen niet en wasschen In mijn onschuldich bloet. Als David moeste vluchten Voor Saul den tyran, Soo heb ick moeten suchten Met menich edelman; Maer Godt heeft hem verheven, Verlost uut alder noot, Een Coninckrijck ghegheven In Israel seer groot. Na tsuer sal ick ontfangen Van Godt mijn Heer dat soet; Daer na so doet verlanghen Mijn vorstelick ghemoet, Dat is: dat ick mach sterven Met eeren in dat velt, Een eewich rijck verwerven, Als een ghetrouwe helt. Niet doet my meer erbarmen In mijnen wederspoet, Dan datmen siet verarmen Des conincks landen goet; Dat u de Spaengiaerts crencken, O edel Neerlandt soet, Als ick daer aen ghedencke, Mijn edel hert dat bloet. ls een prins op gheseten Met mijner heyres cracht, Vanden tyran vermeten Heb ick den slach verwacht, Die, by Maestricht begraven, Bevreesde mijn ghewelt; Mijn ruyters sachmen draven Seer moedich door dat velt. Soo het den wille des Heeren Op die tijt had gheweest, Had ick gheern willen keeren Van u dit swaer tempeest; Maer de Heer van hier boven, Die alle dinck regeert, Diemen altijt moet loven, En heeftet niet begheert. Seer prinslick was ghedreven Mijn prinslick ghemoet; Stantvastich is ghebleven Mijn hert in teghenspoet; Den Heer heb ick ghebeden Van mijnes herten gront, Dat hij myn saeck wil reden, Mijn onschult doen bekant. Oorlof mijn arme schapen, Die zijt in grooten noot, U herder sal niet slapen, Al zijt ghy nu verstroyt; Tot Godt wilt u begheven, Sijn heylsame Woort neemt aen, Als vrome Christen leven; Tsal hier haest zijn ghedaan. Prince Voor Godt wil ick belijden End Zijner grooter macht, Dat ick tot gheenen tijden Den coninck heb veracht; Dan dat ick Godt den Heere, Der hoochster Majesteyt, Heb moeten obediëren, Inder gherechticheyt.
Deutschland, Deutschland über alles über alles in der Welt, wenn es stets zu Schutz und Trutze brüderlich zusammenhält. Von der Maas bis an die Memel, von der Etsch bis an den Belt, |: Deutschland, Deutschland über alles, über alles in der Welt! :| Deutsche Frauen, deutsche Treue, deutscher Wein und deutscher Sang sollen in der Welt behalten ihren alten schönen Klang, uns zu edler Tat begeistern unser ganzes Leben lang. - |: Deutsche Frauen, deutsche Treue, deutscher Wein und deutscher Sang! :| Einigkeit und Recht und Freiheit für das deutsche Vaterland! Danach lasst uns alle streben brüderlich mit Herz und Hand! Einigkeit und Recht und Freiheit sind des Glückes Unterpfand; |: blüh' im Glanze dieses Glückes, blühe, deutsches Vaterland. :|
Wien Neerlandsch bloed in de aders vloeit, Van vreemde smetten vrij, Wiens hart voor land en koning gloeit, Verheff' den zang als wij: Hij stell' met ons, vereend van zin, Met onbeklemde borst, Het godgevallig feestlied in Voor vaderland en vorst. De Godheid, op haar hemeltroon, Bezongen en vereerd, Houdt gunstig ook naar onzen toon Het heilig oor gekeerd: Zij geeft het eerst, na 't zalig koor, Dat hooger snaren spant, Het rond en hartig lied gehoor Voor vorst en vaderland. Stort uit dan, broeders, eens van zin, Dien hoogverhoorden kreet; Hij telt bij God een deugd te min, Die land en vorst vergeet; Hij gloeit voor mensch en broeder niet In de onbewogen borst, Die koel blijft bij gebed en lied Voor vaderland en vorst. Ons klopt het hart, ons zwelt het bloed, Bij 't rijzen van dien toon: Geen ander klinkt ons vol gemoed, Ons kloppend hart zoo schoon: Hier smelt het eerst, het dierst belang Van allen staat en stand Tot één gevoel in d'eigen zang Voor vorst en vaderland. Bescherm, o God! bewaak den grond, Waarop onze adem gaat; De plek, waar onze wieg op stond, Waar eens ons graf op staat. Wij smeeken van uw vaderhand, Met diep geroerde borst, Behoud voor 't lieve vaderland, Voor vaderland en vorst. Bescherm hem, God! bewaak zijn troon, Op duurzaam regt gebouwd; Blink' altoos in ons oog zijn kroon Nog meer door deugd dan goud! Steun Gij den scepter, dien hij torscht, Bestier hem in zijn hand; Beziel, o God! bewaar den vorst, Den vorst en 't vaderland. Van hier, van hier wat wenschen smeedt Voor een van beide alleen: Voor ons gevoel, in lief en leed, Zijn land en koning één. Verhoor, o God! zijn aanroep niet, Wie ooit hen scheiden dorst, Maar hoor het één, het eigen lied Voor vaderland en vorst. Dring' luid, van uit ons feestgedruisch, Die beê uw hemel in: Bewaar den vorst, bewaar zijn huis En ons, zijn huisgezin. Doe nog ons laatst, ons jongst gezang Dien eigen wensch gestand: Bewaar, o God! den koning lang En 't lieve vaderland.
Stoer, een Nazi die het duitse volkslied post...IEDEREEN HET WILHELMUS SPAMMEN!
Wilhelmus van Nassouwe ben ik, van Duitsen bloed, den vaderland getrouwe blijf ik tot in den dood. Een Prinse van Oranje ben ik, vrij onverveerd, den Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd. In Godes vrees te leven Heb ick altyt betracht, Daerom ben ick verdreven Om Landt om Luyd ghebracht: Maer God sal mij regeren Als een goet Instrument, Dat ick zal wederkeeren In mijnen Regiment. In Godes vrees te leven heb ik altijd betracht, daarom ben ik verdreven, om land, om luid gebracht. Maar God zal mij regeren als een goed instrument, dat ik zal wederkeren in mijnen regiment. Lydt u myn Ondersaten Die oprecht zyn van aert, Godt sal u niet verlaten Al zijt ghy nu beswaert: Die vroom begheert te leven Bidt Godt nacht ende dach, Dat hy my cracht wil gheven Dat ick u helpen mach. Lijdt u, mijn onderzaten die oprecht zijt van aard, God zal u niet verlaten, al zijt gij nu bezwaard. Die vroom begeert te leven, bidt God nacht ende dag, dat Hij mij kracht zal geven, dat ik u helpen mag. Lyf en goet al te samen Heb ick u niet verschoont, Mijn broeders hooch van Namen Hebbent u oock vertoont: Graef Adolff is ghebleven In Vriesland in den slaech, Syn Siel int ewich Leven Verwacht den Jongsten dach. Lijf en goed al te samen heb ik u niet verschoond, mijn broeders hoog van namen hebben 't u ook vertoond: Graaf Adolf is gebleven in Friesland in den slag, zijn ziel in 't eeuwig leven verwacht den jongsten dag. Edel en Hooch gheboren Van Keyserlicken Stam: Een Vorst des Rijcks vercoren Als een vroom Christen man, Voor Godes Woort ghepreesen Heb ick vrij onversaecht, Als een Helt sonder vreesen Mijn edel bloet ghewaecht. Edel en hooggeboren, van keizerlijken stam, een vorst des rijks verkoren, als een vroom christenman, voor Godes woord geprezen, heb ik, vrij onversaagd, als een held zonder vreden mijn edel bloed gewaagd. Mijn Schilt ende betrouwen Sijt ghy, o Godt mijn Heer, Op u soo wil ick bouwen Verlaet mij nimmermeer: Dat ick doch vroom mach blijven V dienaer taller stondt, Die Tyranny verdrijven, Die my mijn hert doorwondt. Mijn schild ende betrouwen zijt Gij, o God mijn Heer, op U zo wil ik bouwen, Verlaat mij nimmermeer. Dat ik doch vroom mag blijven, uw dienaar t'aller stond, de tirannie verdrijven die mij mijn hart doorwondt. Van al die my beswaren, End mijn Vervolghers zijn, Mijn Godt wilt doch bewaren Den trouwen dienaer dijn: Dat sy my niet verrasschen In haren boosen moet, Haer handen niet en wasschen In mijn onschuldich bloet. Van al die mij bezwaren en mijn vervolgers zijn, mijn God, wil doch bewaren den trouwen dienaar dijn, dat zij mij niet verassen in hunnen bozen moed, hun handen niet en wassen in mijn onschuldig bloed. Als David moeste vluchten Voor Saul den Tyran: Soo heb ick moeten suchten Met menich Edelman: Maer Godt heeft hem verheven Verlost uit alder noot, Een Coninckrijk ghegheven In Israel seer groot. Als David moeste vluchten voor Sauel den tiran, zo heb ik moeten zuchten als menig edelman. Maar God heeft hem verheven, verlost uit alder nood, een koninkrijk gegeven in Israël zeer groot. Na tsuer sal ick ontfanghen Van Godt mijn Heer dat soet, Daer na so doet verlanghen Mijn Vorstelick ghemoet: Dat is dat ick mach sterven Met eeren in dat Velt, Een eewich Rijck verwerven Als een ghetrouwe Helt. Na 't zuur zal ik ontvangen van God mijn Heer dat zoet, daarna zo doet verlangen mijn vorstelijk gemoed: dat is, dat ik mag sterven met eren in dat veld, een eeuwig rijk verwerven als een getrouwen held. Niet doet my meer erbarmen In mijnen wederspoet, Dan dat men siet verarmen Des Conincks Landen goet, Dat v de Spaengiaerts crencken O Edel Neerlandt soet, Als ick daer aen ghedencke Mijn Edel hert dat bloet. Niet doet mij meer erbarmen in mijnen wederspoed dan dat men ziet verarmen des Konings landen goed. Dat u de Spanjaards krenken, o edel Neerland zoet, als ik daaraan gedenke, mijn edel hart dat bloedt. Als een Prins op gheseten Met mijner Heyres cracht, Van den Tyran vermeten Heb ick den Slach verwacht, Die by Maestricht begraven Bevreesde mijn ghewelt, Mijn ruyters sach men draven. Seer moedich door dat Velt. Als een prins opgezeten met mijner heires-kracht, van den tiran vermeten heb ik den slag verwacht, die, bij Maastricht begraven, bevreesde mijn geweld; mijn ruiters zag men draven zeer moedig door dat veld. Soo het den wille des Heeren Op die tyt had gheweest, Had ick gheern willen keeren Van v dit swaer tempeest: Maer de Heer van hier boven Die alle dinck regeert. Diemen altijd moet loven En heeftet niet begheert. Zo het den wil des Heren op dien tijd had geweest, had ik geern willen keren van u dit zwaar tempeest. Maar de Heer van hierboven, die alle ding regeert, die men altijd moet loven, en heeft het niet begeerd. Seer Prinslick was ghedreven Mijn Princelick ghemoet, Stantvastich is ghebleven Mijn hert in teghenspoet, Den Heer heb ick ghebeden Van mijnes herten gront, Dat hy mijn saeck wil reden, Mijn onschult doen bekant. Zeer christlijk was gedreven mijn prinselijk gemoed, standvastig is gebleven mijn hart in tegenspoed. Den Heer heb ik gebeden uit mijnes harten grond, dat Hij mijn zaak wil redden, mijn onschuld maken kond. Oorlof mijn arme Schapen Die zijt in grooten noot, V Herder sal niet slapen Al zijt ghy nu verstroyt: Tot Godt wilt v begheven, Syn heylsaem Woort neemt aen, Als vrome Christen leven, Tsal hier haest zijn ghedaen. Oorlof, mijn arme schapen die zijt in groten nood, uw herder zal niet slapen, al zijt gij nu verstrooid. Tot God wilt u begeven, zijn heilzaam woord neemt aan, als vrome christen leven,- 't zal hier haast zijn gedaan. Voor Godt wil ick belijden End zijner grooter Macht, Dat ick tot gheenen tijden Den Coninck heb veracht: Dan dat ick Godt den Heere Der hoochster Maiesteyt, Heb moeten obedieren, Inder gherechticheyt. Voor God wil ik belijden en zijner groten macht, dat ik tot genen tijden den Koning heb veracht, dan dat ik God den Heere, der hoogsten Majesteit, heb moeten obediëren in der gerechtigheid.
[QUOTE=Cornelisjuh;23206309]Stoer, een Nazi die het duitse volkslied post...IEDEREEN HET WILHELMUS SPAMMEN![/QUOTE] Da's geen Nazi, da's een NSBer.
Sorry, you need to Log In to post a reply to this thread.